wjdrio2013_2.jpg

Zondag 10 april 2016 - EEN PERSOONLIJKE ONTMOETING

3e zondag van Pasen – C
Lezingen: Handelingen 5:27b-32.40b-41 en Johannes 21:1-19
 
Het voordeel van ‘uit eten gaan’ is, dat je tijd hebt voor elkaar. We bepraten dingen die je anders niet zo gauw ter sprake brengt. Soms heel intieme dingen. Tijd voor elkaars verhalen, de zorgen even aan de kant. Je kunt dan heel dicht bij elkaar komen. Dat moeten Jezus en zijn leerlingen ook ervaren hebben bij ‘het Laatste Avondmaal’. Wat hebben ze toen met elkaar besproken? Hoewel het verraad al om de hoek lag, kwamen hun harten dicht bij elkaar, afstanden werden overbrugd. Ze spreken hun hart uit. Het leek een gewone avond, tot het moment waarop Jezus het brood brak en de wijn rond deelde. Gewone gebaren, maar in die gebaren hebben ze ervaren dat zij in Jezus die avond onder het eten dicht bij elkaar en dicht bij God waren. 
 
Na iedere avondmaal komt er na het ‘uitbuiken’ een nieuwe dag. Opnieuw eten, samen aan het ontbijt. Dat ontbijt verloopt veel stroever. Iedereen is al bezig met wat er vandaag weer op het programma staat. Schoolboeken worden klaar gezocht, nog even een les doorgenomen, rugzakken ingepakt, een krant wordt vluchtig nageslagen. Je hebt alleen tijd voor de krantenkoppen, want je werk wacht en je houdt de klok in de gaten. De Tv aan voor het laatste nieuws en de files die worden aangekondigd. De rust van het ‘avondje uit eten’ is weg. Geen tijd voor een gesprek, het noodzakelijkste wordt uitgewisseld. Dat verschil moeten ook Jezus en zijn leerlingen ervaren hebben. Bij het Laatste Avondmaal een en al aandacht voor elkaar. En dan het vluchtige ontbijt van Goede vrijdag. Het gekraai van de haan is in de verte al te horen.
 
In het evangelie van vanmorgen ruikt je vanmorgen de zilte zee, het strand, de netten die wapperen in de wind. De sfeer van 'n vissersdorp. De geur van vis, water, teer en brandhout. Het is bijna 'n vakantiefoto. Maar dit verhaal zou het nooit 2000 jaar hebben uitgehouden, het zou de tijd nooit hebben kunnen trotseren, als er geen verhaal áchter 't verhaal zou liggen! Vanmorgen treffen we Jezus aan op het strand, samen met zeven leerlingen. Jezus had 'n houtskoolvuur gemaakt, waarop Hij vis aan het bakken was en brood. En Hij had hen uitgenodigd: komt ontbijten! De zeven leerlingen herinnerden zich het Laatste Avondmaal. Toen ging voor de laatste maal het brood en de beker rond. Ze stonden zingend van tafel op. Zelfs zijn waarschuwingen waren ze vergeten. En voordat de haan driemaal kraaide, hadden de meeste leerlingen Hem al in de steek gelaten.
 
Nu is Jezus opnieuw samen met zeven leerlingen. Ze weten niet wat ze moeten zeggen. Een wonderbaarlijke visvangst. Dat hebben we eerder gehoord van andere evangelisten op andere momenten. Vissers die de hele nacht zwoegen en niets vangen, Jezus die niet herkend wordt, vertrouwen in een man die ogenschijnlijk een onbekende is, het uitdelen van brood en vis. ‘Het is de Heer’, zegt een enthousiaste leerling die het ineens door heeft wie die vreemdeling is. ‘Het is de Heer!’. Zij herkennen Hem in het vertrouwen dat Hij uitstraalt, de gastvrijheid om samen te eten. De vreemdeling noemt hen vrienden, vraagt om wat vis, legt een vuur aan, vraagt om te komen ontbijten, deelt brood uit en vis.
 
Het is de Heer!’ Aanvankelijk durft geen van de leerlingen aan Hem te vragen wie Hij is. Waarom eigenlijk niet? Misschien schamen ze zich. Uit angst Hem te beledigen misschien? Of zijn ze bang voor 'n tegenvraag? Want stel je voor, dat Hij op zijn beurt vraagt wie zij zijn? Soms kom je mensen tegen, bij wie je tot je verbazing merkt: het is de Heer! Haar of zijn houding, liefde, tolerantie, oprechtheid lijken verdraaid veel op wat Jezus heeft gedaan en gezegd!
 
Johannes merkt op dat het de derde keer is dat Jezus aan de leerlingen verschijnt na zijn dood en verrijzenis. De derde keer! Drie keer is scheepsrecht! Nu moet het onderhand wel voldoende en duidelijk zijn. Nu moeten ze weten wat navolging inhoudt. Wij moeten nu begrepen hebben wat het wil zeggen in zijn spoor te gaan. Wij noemen ons christen. Maar weten we wat die naam betekent? Christen-zijn betekent: de Christus navolgen. Het betekent ook: je netten op Zijn bevel durven uitgooien. Het is soms niet gemakkelijk om je netten uit te gooien, vooral als je door verdriet getroffen wordt en als je maar weinige reden hebt om je gelukkig te voelen, of als je de toekomt donker inziet. Op zulke momenten heb je meer behoefte aan de Heer die je levensweg verlicht, dan dat je zelf lichtdrager voor anderen kunt zijn.
 
Toch nodigt Jezus ons uit, ook in onze moderne tijd waarin we God wat aan het vergeten zijn, ook op zulke momenten de netten maar uit te werpen. 153 vissen worden er gevangen. Bijbelgeleerden menen dat ze in de tijd van Jezus op de hoogte waren van het bestaan van 153 vissoorten. Dan zou met deze opmerking bedoeld zijn dat íedereen zich door God mag laten vangen, geen mens uitgezonderd, ook niet de mens die gelouterd is in verdriet. 153 vissen staan voor alle mensen. Dat is ook wat de evangelist Johannes later zal zeggen: ‘Trekt uit naar de uiteinden van de aarde en doopt hen in de naam van Vader, Zoon en heilige Geest.’
 
Petrus krijgt zijn taak, en wij in hem, onze opdracht om vissers van mensen te worden. Niet om mensen gevangen te nemen, maar om ze warm te maken voor de liefde van de Verrezen Heer. De binding aan Jezus is ook de binding aan de mensen om ons heen. Je kunt geen navolger van Jezus zijn, als je je niet inzet voor anderen. Sinds de verrijzenis van Jezus zitten wij nu in de 75ste generatie die zich Christelijk noemt. Wat hebben wij, onze ouders en voorouders, bereikt?
 
Tot de dag van vandaag: aan de wonderbaarlijke visvangst gaat er een nacht van eenzaamheid en vertwijfeling vooraf. De hele nacht hebben we niets gevangen. De wereld is er niet beter op geworden. Soms zijn ook wij uitgeput. Bij het bouwen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen ook wij rekening moeten houden met teleurstellingen. Soms zijn er tijden waarin onze netten leeg blijven. We vissen dan letterlijk achter het net. De leerlingen komen pas gaandeweg tot de ontdekking dat de vreemdeling Jezus is. Ook wij proberen deze aarde te veranderen op een manier waarop ook wij soms niet in de gaten hebben dat de Heer naast ons staat om ons te helpen.
 
Petrus trekt het net aan land. Ook als meningen ver uit elkaar lopen, mag het net niet scheuren. Helaas is dat in de geschiedenis teveel gebeurd. Te veel mensen zijn in de loop der tijden uit de boot gevallen. Ook in onze tijd kunnen meningen ver uit elkaar lopen. Telkens opnieuw dreigt ons net te scheuren: in de kerk, tussen de kerken, in onze gezinnen. Kinderen die zich losscheuren van hun ouders. Ouders die zich los scheuren van elkaar, mensen die zich los hebben gescheurd van de kerk. Maar het evangelie van vanmorgen kan ons leren dat 't net héél kan blijven als wij ons laten leiden door de Geest van Gods liefde en Gods warmhartigheid.
 
De verschijningsverhalen op de zondagen na Pasen laten zien dat het niet gaat om het geloven ‘in iets’, maar om een aantal persoonlijke ontmoetingen met de Verrezen Heer. En dat is vaak in onze tijd geloven tegen de stroom in.
 
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam